
Je denkt misschien dat je gewoon streng bent voor jezelf omdat dat nodig is. Dat het je scherp houdt, productief maakt en voorkomt dat je fouten maakt.
In dit artikel ontdek je waarom die aanpak vaak tegen je werkt, en wat je concreet kunt doen om beter met jezelf om te gaan zonder soft te worden.
Inhoud van dit artikel:- Wat is zelfcompassie?
- Wat een gebrek aan zelfcompassie met je doet
- Signalen dat je te streng bent voor jezelf
- Hoe het komt dat zelfcompassie lastig voor je is
- Zo ontwikkel je meer zelfcompassie – Beste tips
- Zelfcompassie – Conclusie
Heb je trouwens mijn gratis rapport al gezien waarin je 31 kant-en-klare berichtjes krijgt om definitief zijn hart te veroveren? Ontdek deze 31 berichtjes en 'de 3 schakels in het mannenbrein' hier: Download de 31 berichtjes
Wat is zelfcompassie?
Zelfcompassie betekent dat wanneer het even tegenzit, je jezelf behandelt zoals een goede vriendin. In plaats van jezelf straffen, of alles te verbloemen, erken je dat je het nu lastig hebt en geef je jezelf steun.
Waarom het anders is dan medelijden met jezelf
Bij zelfmedelijden blijf je hangen in het verhaal dat het jou allemaal overkomt. Je voelt je machteloos, klein, vaak ook alleen.
Zelfcompassie doet iets anders. Je kijkt ook naar hoe moeilijk je het hebt, maar je bent ook bezig met een volgende stap te zetten.
Het verschil zit dus niet in zachtheid, maar in beweging. Zelfmedelijden houdt je vast, zelfcompassie helpt je verder.
Wat een gebrek aan zelfcompassie met je doet
Een gebrek aan zelfcompassie zorgt ervoor dat je streng wordt op momenten dat je eigenlijk steun nodig hebt.
Als iets niet lukt, reageer je bijvoorbeeld niet met begrip maar met kritiek. Je legt de lat hoger, praat jezelf naar beneden of duwt jezelf door terwijl je eigenlijk moe bent. Dat voelt misschien als discipline, maar van binnen bouwt er langzaam spanning op.
Op de lange termijn ga je:
- Sneller twijfelen aan jezelf.
- Fouten persoonlijk nemen in plaats van situationeel.
- Meer aanpassen om afwijzing te voorkomen.
- Minder rust voelen, zelfs als het goed gaat.
Zo leer je onbewust dat falen onveilig is. En dat maakt het leven onnodig moeilijk.
Signalen dat je te streng bent voor jezelf
Iedereen is wel eens streng voor zichzelf. Als je moe bent, onder druk staat of ergens doorheen moet, is dat heel normaal. Dan mag je jezelf best even aansporen of bijsturen.
Deze checklist gaat niet over die momenten. Hij gaat over wat er gebeurt als strengheid je standaard wordt, ook wanneer er geen echte noodzaak meer is.
Lees de signalen hieronder met die blik. Niet om te tellen hoe vaak iets voorkomt, maar om te voelen of dit jouw automatische manier van omgaan met jezelf is geworden.
- Je vindt het moeilijk om tevreden te zijn, ook als iets goed gaat.
- Je focust sneller op wat niet lukte dan op wat wél lukte.
- Je praat in je hoofd harder tegen jezelf dan je ooit tegen een ander zou doen.
- Rust voelt onproductief of ongemakkelijk.
- Je voelt je snel schuldig als je grenzen aangeeft.
- Je vergelijkt jezelf vaak met anderen en komt daar zelden goed uit.
- Een fout voelt als falen, niet als iets menselijks.
- Je hebt het gevoel dat ontspanning verdiend moet worden door te presteren.
Als je dit vooral herkent buiten periodes van extreme stress of vermoeidheid, dan is de kans groot dat streng zijn voor jezelf geen situatie meer is, maar een gewoonte.
Hoe het komt dat zelfcompassie lastig voor je is
Als zelfcompassie voor jou lastig is, komt dat niet doordat je iets mist of verkeerd aanpakt. Het komt doordat streng zijn op een bepaald moment in je leven logisch en nodig was.
Dat kan zijn geweest:
- Je kindertijd. Je leerde dat doorzetten, aanpassen of sterk zijn belangrijker was dan stilstaan bij wat jij voelde. Mild zijn naar jezelf had toen geen plek.
- Periodes van langdurige druk. Denk aan een veeleisende studie, sporten op hoog niveau, werk met veel verantwoordelijkheid, zorgen voor anderen, of een relatie waarin je veel moest dragen. Streng zijn hielp je functioneren.
- Een ingrijpende gebeurtenis. Een burn-out, verlies, afwijzing of een fout met grote gevolgen. Zelfkritiek wordt dan een manier om herhaling te voorkomen.
Wat deze situaties gemeen hebben, is dat mildheid toen geen veilige of haalbare optie voelde. Strengheid werkte. Je kwam vooruit, bleef overeind of hield controle.
Het lastige is dat je systeem dat patroon vasthoudt, ook nu de situatie veranderd is. Zelfcompassie voelt dan niet vanzelfsprekend, maar onbekend en soms zelfs onveilig.
Zo ontwikkel je meer zelfcompassie – Beste tips
Zelfcompassie leer je niet door één inzicht of één tip toe te passen. Je leert het op dezelfde manier als elke andere vaardigheid: door herhaling.
Elke van de volgende tips raakt een ander deel: je overtuigingen, je automatische reacties, je lichaam of je gedrag. Door ze samen te gebruiken, word je telkens liever voor jezelf.
1. Je hoeft niet altijd streng te zijn
Veel mensen denken dat zelfkritiek nodig is om scherp te blijven, fouten te voorkomen of dingen gedaan te krijgen. Vaak klopt dat ook tijdelijk. Strengheid kan je door moeilijke periodes heen helpen.
Het probleem ontstaat wanneer het de enige manier wordt waarop je jezelf aanstuurt. Dan voelt mildheid onveilig, alsof je de controle verliest. De eerste stap is niet milder zijn, maar erkennen dat strengheid ooit werkte, en nu misschien meer kost dan oplevert.
2. Zie het niet als wie je bent
Die strenge stem voelt vaak alsof hij bij je hoort. Alsof dit is hoe jij nu eenmaal bent. Maar meestal is het iets wat je onderweg hebt geleerd. Dat maakt het geen persoonlijkheid, maar een gewoonte.
En alles wat je hebt aangeleerd, kun je ook weer anders leren gebruiken. Niet waar?
3. Leer zelfkritiek herkennen
Zelfkritiek kondigt zich bijna altijd aan op dezelfde manier. Bij veel mensen is dat gejaagdheid, een strak gevoel in borst of buik, sneller praten in je hoofd, of stilletjes in jezelf vloeken.
Kies één signaal om op te letten. Bijvoorbeeld haast. Elke keer dat je die voelt, check je: “Ben ik mezelf nu aan het opjagen?” Dat ene checkmoment is genoeg. Zo leer je het patroon herkennen en krijg je er meer afstand van.
4. Laat een foutje niet bepalen hoe je naar jezelf kijkt
Je kent vast dat gevoel: je bent moe, iets lukt niet en meteen denk je dat je het verknald hebt. Dat je terug bij af bent, dat je het gewoon niet kan. Terwijl je eigenlijk gewoon leeg of overprikkeld bent.
Iedereen maakt fouten, ook als ze hun best doen. Het zegt dus eerder iets over het moment, de situatie, of de omstandigheden. Door dat verschil te zien, voorkom je dat één misser meteen je zelfvertrouwen onderuit haalt.
5. Verwacht weerstand
Als je gewend bent om jezelf aan te jagen of streng toe te spreken, voelt zachter worden niet meteen prettig. Je kunt onrust voelen, twijfelen of bang zijn dat je de controle verliest. Alsof je iets laat vieren wat je altijd scherp hield.
Dat gevoel betekent niet dat je de verkeerde kant op gaat. Het betekent dat je op een andere manier probeert te functioneren die voor jou nog onbekend voelt.
6. Fix jezelf niet in emotionele momenten
Als je erg gespannen of emotioneel bent, heeft nadenken weinig zin. Dan blijf je rondjes maken of jezelf verwijten.
Wat wél helpt, is vertragen. Even zitten, dieper ademen, je schouders laten zakken, iets warms vasthouden. Dit is overigens niet voor iedereen. Sommige mensen hebben juist wat meer afleiding nodig om te ontspannen. Ga iets lopen, wat voor jezelf koken, een vriendin bellen, een sudoku puzzel doen, of met de katten spelen.
Pas als je lijf iets rustiger is, kun je helder kijken. Zelfcompassie betekent hier simpelweg: je hoeft niet alles nu op te lossen.
7. Stop met jezelf af te kraken
Dit gaat niet over positief denken of jezelf ophemelen. Het gaat erom dat je stopt met aanvallen. Zinnen als “Ik stel me aan” of “Dit slaat nergens op” maken alles zwaarder. Wat helpt is neutraler praten.
Meer zoals: “Dit is moeilijk. Als het nu niet lukt, los ik het later wel op.” De woorden hoeven niet mooi te zijn, als ze maar niet tegen je werken.
8. Laat een rotgevoel even bestaan
Als iets pijn doet, willen we het meestal meteen wegduwen of oplossen. Dus ga je afleiding zoeken of je best doen om het nu te begrijpen.
Maar gevoelens zakken vaak sneller als je ze even laat zijn. Dat betekent niet dat je erin blijft hangen, maar dat je stopt met vechten. Blijf even bij je gevoel zonder er meteen iets van te vinden. Dat maakt het draaglijker dan constant proberen het weg te krijgen.
9. Oefen mildheid als het niet misgaat
Veel mensen proberen pas milder te zijn als het al fout voelt. Dat is alsof je pas leert zwemmen als je verdrinkt. Het helpt om ook op rustige momenten even stil te staan bij hoe je met jezelf praat of reageert. Wat je dan oefent, komt vanzelf sneller omhoog op momenten dat het spannend wordt.
10. Train zelfcompassie expliciet en herhaaldelijk
Zelfcompassie is geen inzicht dat ineens blijft hangen. Je leert het door steeds weer hetzelfde te doen, op kleine momenten. Soms lukt het, soms niet. Dat is geen teken dat je faalt, maar dat je aan het oefenen bent.
Hoe vaker je het toepast, hoe sneller het er is als je het echt nodig hebt.
Zelfcompassie – Conclusie
Zelfcompassie gaat niet over zachter worden om het zachter worden. Het gaat erom dat je stopt met jezelf ondermijnen op momenten dat je het al lastig hebt. De stappen hierboven laten zien waar het meestal misgaat en wat je dan wél kunt doen.
Je hoeft dit niet allemaal tegelijk toe te passen. Het helpt al als je één of twee dingen herkent die voor jou vaak spelen, en daar anders op reageert. Verwacht geen snelle omslag. Verwacht wel dat het makkelijker wordt om niet steeds tegen jezelf in te werken.
Wil je nog meer lezen over zelfcompassie? Lees dan m’n gratis e-book. Daarin ontdek je hoe je de zelfverzekerde, sexy vrouw wordt die je diep van binnen al bent. En reken maar dat zij even hard is als dat ze lief is voor zichzelf.
› Ja, stuur me 'de 3 schakels in zijn mannenbrein' nu gratis!
Oh, en vergeet hieronder je gratis download niet ;)
Liefs,
Laurens
Schrijf een reactie